Overijssel
In 1528 werd de naam Overijssel voor het eerst gebruikt voor het gebied van de huidige provincie Overijssel. Voor die tijd sprak men van Oversticht, dat echter al in 1233 in het Latijn met Transysla/Transisalania (letterlijk: Over-IJssel) werd aangeduid. Dit gebied werd bestuurd door de bisschop van Utrecht. Het Oversticht bestond uit het land van Vollenhove, Salland, Twente en Drenthe. Verscheidene plaatsen verwierven in de middeleeuwen stadsrechten: Almelo, Delden, Deventer, Diepenheim, Enschede, ...